MODA

MODA

Made in Italy

20.06.2013-09.02.2014

Italië neemt vandaag een prominente plaats in op de internationale modekaart naast centra als Parijs, Londen en New York. De “Italian Look” – een concept gebaseerd op de ready-to-wear industrie in de jaren 1970 – bepaalt voornamelijk de algemene beeldvorming van de Italiaanse mode. De fundamenten van de “Italian Look” en de Italiaanse mode situeren zich echter veel vroeger. Voor Wereldoorlog II genoot het land al een grote bekendheid voor zijn traditionele kleermakerij – ook voor zijn stoffen en accessoires – maar deze was toen nog vrij provinciaal en weinig innovatief. De echte, kenmerkende Italiaanse mode vindt haar oorsprong in de periode na 1945.

Na de Tweede Wereldoorlog is Italië een ravage. Dankzij de steun van de VS en het Marshallplan wordt geïnvesteerd in de heropbouw van het land, de ricostruzione, en specifiek in de mode- en textielsector. Italië kent reeds een lange traditie van hoogwaardige materialen en stoffen, en dankzij de hulp van de VS kan dit ook op grotere schaal en machinaal worden geproduceerd. Door de combinatie van ambacht en industrie en de voorliefde voor traditie neemt het Italiaanse modesysteem een bijzondere plaats in binnen de modewereld.

Dankzij de filmindustrie en de link met Hollywood krijgen ontwerpers in Rome (“Hollywood aan de Tiber” bijgenaamd) bijzonder veel aandacht. Maar het is in grote mate de Florentijnse zakenman Giovanni Battista Giorgini die door modeshows te organiseren in Florence ervoor zorgt dat Italië vanaf de jaren 1950 een prominente rol gaat spelen in het internationale modelandschap.

Deze evenementen krijgen veel aandacht van internationale pers en aankopers, en worden beschouwd als de commerciële geboorte van de Italiaanse mode.

De wereld maakt kennis met de stokpaardjes van de Italiaanse mode: tricot en casual wear (vrijetijdskleding), glamoureuze avondkledij, tailoring en ook huizen gespecialiseerd in accessoires zoals (lederen) tassen en schoenen krijgen zeer veel faam.

In de jaren zeventig groeit het succes van de Italiaanse stijl van “La bella figura” (de mooie verschijning). Cruciaal is deze evolutie is de zich steeds verder ontwikkelende ready-to-wear industrie gesitueerd in Milaan. Klinkende namen zoals Gianni Versace en Giorgio Armani spelen een cruciale rol in de evolutie naar de befaamde “Italian look”. In de daaropvolgende decennia wordt dit verder geëxploiteerd door de grote talenten die het land voortbrengt. Vandaag zijn de Italiaanse huizen vaste waarden binnen de mode, vasthoudend aan de unieke Italiaanse beeldtaal.

Er zijn echter ook een aantal buitenbeentjes die een andere mode (l’altra moda) brengen, wars van de trends van het moment. Er is een discours te traceren in de Italiaanse modegeschiedenis, maar het is nooit volledig in één bepaald kader te vatten. Naast de gangbare modes zijn er ook ontwerpers die tegen de traditie in werkten.

Modemuseum Hasselt brengt met MODA. Made in Italy het bijzondere verhaal van de Italiaanse mode tot leven aan de hand van een visueel verhaal bestaande uit kleding, film en fotografie, en toont aan de hand van een selectie uiteenlopende thema’s verschillende tijdssegmenten en hoogtepunten van de geschiedenis van de ‘Italian look’.

Fabrics

Italië kent een lange traditie in de productie van kwaliteitsvolle materialen en textiel. Reeds lang voor de zogenaamde commerciële geboorte van de Italiaanse mode, die gesitueerd wordt na de Tweede Wereldoorlog, was het land geroemd om haar stoffenproductie. De Italianen hadden en hebben nog steeds een neus voor kwaliteit: Italië was zeer vroeg een grote afzetmarkt voor luxueuze stoffen geïmporteerd uit het Verre Oosten, en die investering loonde.

Italië is rijk aan verschillende textielfabrieken met een vergaande traditie die tot op de dag van vandaag stoffen produceren. Niet enkel voor de eigen nationale afzetmarkt (bv Prada, Valentino), maar ook grote couturiers en modehuizen uit Parijs, zoals Yves Saint Laurent en Dior gebruiken ‘Made in Italy’ stoffen . Deze ruimte geeft een overzicht van stofstalen uit verschillende periodes, gefabriceerd in Italië, die zowel in het land zelf als internationaal verwerkt zijn tot kleding

Rome & Film

Na Wereldoorlog II was Italië een ravage, en de Verenigde Staten hebben een zeer groot aandeel gehad in de wederopbouw van het land. Een van de katalysators was cinema. Amerikaanse producties werden in Rome gefilmd en het beeld van ‘La Dolce Vita’ werd internationaal verspreid. Men hoefde niet meer naar Rome te reizen om de Spaanse trappen, het Colosseum en de Trevifontein te zien. Het is vooral de film Roman Holiday (William Wyler, 1953), waarin de jonge Audrey Hepburn met jongensachtige verschijning op een vespa rondtoert door de stad die veel weerklank had. Al de hoger genoemde toeristische troeven waren aanwezig in deze film. Rome kreeg de bijnaam ‘Hollywood sul Tevere’, wat zoveel betekent als Hollywood aan de Tiber. De filmindustrie betekende een boost voor de Romeinse modehuizen. Actrices, prinsessen en andere prominente figuren wilden allemaal gekleed gaan in de nieuwste Italiaanse modes. De Sorelle Fontana (de zussen Zoe, Micol en Giovanna) kleedden Ava Gardner in de beroemde film The Barefoot Contessa (Joseph L. Mankiewicz, 1953) en ook Elisabeth Taylor behoorde tot hun klantenbestand. Emilio Schuberth, Fernanda Gattinoni en Maria Antonelli kleedden dan weer sterren van eigen bodem, zoals Gina Lollobrigida en Sophia Loren. Daarnaast waren er ook getalenteerde ontwerpers die hun bekendheid en succes niet te danken hadden aan cinema, zoals Roberto Capucci.

 

 

Firenze

De commerciele geboorte van de Italiaanse mode situeert zich vlak na de Tweede Wereldoorlog, wanneer de Florentijnse zakenman Giovanni Battista Giorgini modeshows organiseert om de Italiaanse mode in de kijker te zetten. Deze shows waren zeer succesvol, en kregen aandacht van nationale en internationale modepers en aankopers. Het grote succes resulteerde in een tweede, nog grotere show in juli 1952, waarbij Giorgini de Sala Bianca van het Palazzo Pitti werd aangeboden. De grote troef was de zogenaamde boetiekmode met ontwerpers als Emilio Pucci, Roberta di Camerino en Mirsa. De show in de Sala Bianca was een daverend succes en betekende een springplank voor vele (jonge) ontwerpers zoals Roberto Capucci, Valentino en Ken Scott.

Knitwear & Leisure

Breigoed & vrijetijdskleding Het succes van de shows in Florence genereerde ook een groeiende aandacht voor breiwerk en tricot. Ontwerpers zoals Emilio Pucci en Missoni hadden hier een zeer groot aandeel in, alsook Mirsa, Avon Celli en later Krizia en Laura Biagiotti. Belangrijk was de opkomst van machinaal breigoed waardoor er op grotere schaal geproduceerd kon worden. De populariteit van breigoed hing nauw samen met de toenemende interesse voor sport en de behoefte aan casual wear (vrijetijdskleding). Markies Emilio Pucci’s ontwerpen belichaamden deze tendens. Met zijn duizelingwekkende prints en kleuren was hij een van de  eerste internationaal geroemde ‘modesterren’. Gedurende de jaren 1950 en 1960 was dit dé mode van de jetset en mocht hij beroemde sterren tot zijn cliënteel rekenen. De Amerikaanse markt had een belangrijk aandeel in het succes van Italiaans breigoed en leisure wear. Eind jaren 1950 werd deze mode al in grote getale geëxporteerd naar de Verenigde Staten, waar deze casual elegance zeer enthousiast werd onthaald. Een ander succesverhaal is dat van het familiebedrijf Missoni (1953). Het huis is wereldwijd bekend om zijn breigoed, waarbij ambacht en traditie in harmonie zijn met kunst en technologie. Ze moderniseren het traditionele beeld van breigoed aan de hand van fantasierijke prints, streep- en zigzagpatronen. Ook de Missoni’s startten hun carrière op de catwalk van Palazzo Pitti in 1967, maar verplaatsten hun activiteiten later naar Milaan.

 

Glamour & Avondkleding

Naast breigoed en vrijetijdskleding werd en wordt Italië geroemd om zijn gracieuze avondkledij. Uiterlijk is een zeer belangrijk aspect in de Italiaanse cultuur. De avondcouture vanaf de jaren 1950 was eenvoudig, elegant en stijlvol waarbij patronen, stoffen en kleuren het dramatische effect accentueerden. Veel aandacht ging naar details als decoratie en kleur. Italiaanse avondjurken waren een gegeerd exportproduct, zeker voor Amerika. De Italiaanse versies waren in vergelijking met de Franse zachter van lijn en hadden een aangename pasvorm, wat sterk geapprecieerd werd door de ietwat conservatievere Amerikaanse markt. Daarbij waren ze goedkoper, ondanks de uitstekende kwaliteit. Glamour en avondkleding vormen een constante in de Italiaanse mode, met uiteenlopende variaties.

Milaan

Vanaf het midden van de jaren 1960 werd prêt-à-porter belangrijker en wedijverden Florence en Rome voor de titel van modehoofdstad van Italië. Milaan profiteerde van de omstandigheden om de rol van modestad naar zich toe te trekken. Uiteindelijk mondde de strijd uit in de volgende verdeling: couture werd gepresenteerd in Rome, accessoires en boetiekmode in Florence, en de core business van de mode, de ready-to-wear, verschoof naar Milaan. Vanaf de vroege jaren 1970 kwam er een kentering in de Italiaanse mode-industrie die aan de basis stond van de prêt-à-porter boom. Verschillende ontwerpers ruilden Florence voor Milaan, en ook de prêt-à-porter mannenmode verschoof naar de industriestad. Een ander belangrijk element in de verandering van het Italiaanse modesysteem is de opkomst van de stilista (de stylist) zoals Walter Albini. Hij had een enorme impact op de lancering van de ready-to-wear in de jaren 1960 en 1970. Nog voor grote namen als Ferré, Gianni Versace en Giorgio Armani was hij de persoon die readyto-wear populair maakte bij het internationale grote publiek. Albini presenteerde verschillende collecties in Florence als freelance designer voor diverse modehuizen, maar hij was eveneens een van de eersten die de traditionele setting van het Palazzo Pitti inruilde voor Milaan. Ronkende namen als Walter Albini, Laura Biagiotti, Ken Scott en later ook Gianni Versace, Krizia, Ferré en Giorgio Armani presenteerden hun collecties in Milaan. Die laatste speelde een belangrijke rol in de opbloei van de Italiaanse mode-industrie eind jaren 1970 – begin jaren 1980, en de bekendheid van de Italian Look. Ook de mode van Versace was cruciaal, met een meer sexy, uitdagender modebeeld voor een extravaganter publiek. Het Milanese modetoneel werd in snel tempo aangevuld met nieuwe generaties ontwerpers zoals Dolce & Gabbana en Franco Moschino. In de jaren 1990 maakte Miuccia Prada furore. Prada is nog steeds een van de vaste waarden die het land rijk is. Deze ontwerpster werkt in een totaal andere filosofie dan haar collega’s Armani en Versace: de focus ligt op het concept en de uitwerking gebeurt door professionele naaisters.

Tailoring

De Kunst van de kleermakerij Italië kent een lange traditie van kleermakerij, en reeds lang voor de beroemde Italian Look uit de jaren 1970, werden er moderne (maat)pakken geproduceerd. Rond 1950 zorgden de Italiaanse stijlen voor een alternatief voor de Franse modes, en gingen de concurrentie aan met de Britse kledingtraditie. In Napels en Rome waren zeer getalenteerde kleermakers actief. Het beeld van de elegante man in Italiaans maatpak werd ook vereeuwigd in films. Voor de Italianen is het beeld van la bella figura van groot belang, en dat wordt ook zo ervaren door de buitenwereld. Het idee van de stijlvolle Italiaan droeg bij tot het commerciële succes van deze look. Het land heeft een hele resem bekende kleermakers en huizen voortgebracht. Tailoring droeg bij aan het concept van de Italian look. Deze elegante mannenmode had internationaal veel invloed en was zelfs heel bepalend voor de youth quake die zich in het Londen van de jaren 1960 voordeed. De Modsubcultuur haalde inspiratie uit de Italiaanse kledingtraditie. De Italian look zoals we die vandaag kennen wordt in hoofdzaak geassocieerd met de mode die Giorgio Armani naar voren schoof; een nieuw soort maatpak met een zachtere en zelfs vrouwelijkere lijn, maar toch mannelijk. Het was een luxueuze en tegelijkertijd comfortabele stijl, heel anders dan de wollen pakken met epauletten en stijve naden en zomen. De mode van Armani balanceerde tussen couture en massaproductie. Hij was uiteraard niet de enige die met soepelere stoffen te werk ging, maar vergaarde dankzij de link met Hollywood veel bekendheid. De film American Gigolo (Paul Schrader, 1980), waarin de hoofdrolspeler Richard Gere uitsluitend Armani draagt, maakte het huis bijzonder populair. Daarbij komt dat talrijke acteurs zich in die periode graag kleedden in Armani outfits. Ook vandaag is tailoring nog steeds een van de stokpaardjes van de Italiaanse mode.

Leder/fetisj

Lederen accessoires droegen al vroeg bij tot de faam van de Italiaanse mode. Vanaf de jaren 1970 wordt leder echter ook op een heel andere manier in de mode geïntegreerd. Roberto Cavalli speelde een belangrijke rol in deze evolutie met zijn ontwerpen in bedrukt leder. Andere designers bekend om hun gebruik van het materiaal in dag- en avondkledij, zijn Versace en Gucci. Zoals velen startte Versace als een familiebedrijf, waar Gianni samenwerkte met zijn broer Santo en zus Donatella. Het huis werd het boegbeeld van seksueel expressieve kledij voor mannen en vrouwen, door onder meer het gebruik van leder – voordien quasi alleen voor jacks en accessoires. De baanbrekende mode die Versace bracht had een zekere fetisjtoets, hij introduceerde elementen van sadomasochisme en homoseksualiteit. Latere generaties werden sterk beïnvloed door het werk van Versace, zoals het ontwerpersduo Dolce & Gabbana die seksualiteit en het vervagen van de grens tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid sterk aankaarten in hun ontwerpen

Delen: